
QUE SERA, ETCETERA
Onze busreiziger leest over de Boeddha en het boeddhisme; hij vraagt zich af of die eeuwenoude leer iets kan betekenen voor hem, want hij heeft het nodig. De persoon die hij verloor op die gitzwarte dag, zwerft rond aan de randen van zijn gezichtsveld en treedt nog maar zelden op de voorgrond – maar ze is er, altijd.
Que Sera, Etcetera is, ondanks de tragische voorgeschiedenis van het hoofdpersonage, een hoopvol boek. De reiziger wilt zich onderdompelen in het nu, en in de mensen rondom hem – ook al zijn dat niet altijd de meest aangename medepassagiers. Op zijn bus zitten onder andere vier vervelende en wel zeer Antwerpse toeristen, twee West-Vlaamse en alcoholverslaafde broers, en één vreselijk ongetalenteerde gids.
Que Sera, Etcetera is min of meer gebaseerd op al dan niet waargebeurde feiten. De cover werd op vier of vijfjarige leeftijd verzorgd door Kevin “Kiwi” Lamy Stiers – evenwel zonder dat hij dat wist, natuurlijk. Ga zeker eens kijken op Kevins Facebook en Instagram, alwaar hij – ondertussen ietsje ouder – over de hele wereld muren blij maakt met zijn creaties.
Hieronder kan je een fragment uit Que Sera, Etcetera lezen:
Soms schrijf ik iets op, of bedenk ik iets, waarvan ik denk dat het de gehele mensheid tot nu toe is ontgaan – iets dat nog nooit gezegd of gedacht werd, en tevens het langgezochte antwoord is op een van de talloze grote levensvragen. Vroeger werd ik dan enthousiast en noteerde ik het dapper en strijdvaardig in een van mijn schriften; tegenwoordig vult het mij alleen maar met weemoed. Nu denk ik elke keer, “Hier gaan we weer,” een redenering of een inzicht dat redelijk noch verlichtend is. Andermaal een nutteloze poging iets te vatten dat zich niet laat vatten – of er simpelweg niet is om gevat te worden. En wanneer ik dat zo zie staan, “de talloze grote levensvragen”, dan kan ik tegenwoordig alleen maar ongemakkelijk lachen. Ik moet steeds denken aan het Boeddhistische concept Acinteyya, de ondenkbare dingen. Het zijn vragen of zaken die, volgens de Boeddha althans, enkel leiden naar meer vragen, en nog vaker naar onbeantwoordbare vragen. Bij het zoeken naar een antwoord zou de mens waarlijk gek worden, stelde hij. De origine en de oneindigheid of eindigheid van het universum, de ware toedracht en aard van het bewustzijn, het leven na de dood; dat soort dingen. De beoogde antwoorden vormen een extra laagje lijden, de zoektocht ernaar een lijdensweg die nooit zou aflopen; bespaar jezelf de moeite, zei de Boeddha tegen zijn monniken, want op het einde van de dag is het die moeite niet waard. Wat grappig dan, natuurlijk, dat zowat drie vierde van de menselijke geschiedenis gedragen en gedreven werd door exact dit handjevol vragen. En wanneer ik doordenk, het concept tracht uit te pluizen, besef ik dat de Boeddha het misschien nog te groot zag: het kunnen evengoed de kleine vragen zijn die ons krankzinnig laten worden, niet enkel die met betrekking tot kolossen als het universum of het menselijk bewustzijn. Wat als ik die ochtend niet te laat was opgestaan, haar niet had gezegd alvast maar te vertrekken? Waren we dan samen geweest, daar in die donkere tunnel vol stof en zweet en warmte en tranen? Vast wel, want dat deden we elke ochtend: samen opstaan, samen vertrekken, ergens onderweg gedwongen afscheid nemen. Misschien had ik dan iets kunnen doen behalve wakker gemaakt worden door de aanhoudende telefoontjes en berichtjes waarin mensen zich bekommerden om mijn welzijn en dat van haar. Misschien had ik bij haar kunnen zijn.
Inderdaad, ook deze soort vragen leiden naar een eindeloze lijdensweg – en er is eigenlijk maar één persoon aan wie ik ze zou willen stellen.

